Contactgegevens

SLO Mariadal Hoegaarden
Klein Overlaar 3
3320 Hoegaarden

Tel : 016 / 76 54 97

Contactpersonen

 

Christel Godefridis
Directeur 

 

Line Vertongen
Assistent-directeur
Orthopedagoge

Brigitte Dermine
Assistent-directeur
Zorg en mentorschap scholengemeenschap Tumuli

 

Meervoudige intelligentie

Ieder kind is uniek. Elk kind is intelligent. Er zijn veel manieren om intelligent, om ‘knap’ te zijn. De vraag is niet of je intelligent bent, de vraag is hoe je intelligent bent.

De theorie van de Meervoudige Intelligentie stelt dat er 8 verschillende intelligenties bestaan:

  • knap in taal: (verbaal-linguïstisch intelligent)
  • knap in het redeneren (logisch-mathematisch intelligent)
  • knap in werken met beelden (visueel-ruimtelijk intelligent)
  • knap in het muzische (muzikaal-ritmisch intelligent)
  • knap in bewegen en handelen (lichamelijk-kinesthetisch intelligent)
  • knap in alles wat met de natuur te maken heeft (naturalistisch intelligent)
  • knap in omgang met mensen (interpersoonlijk intelligent)
  • knap in inzicht in zichzelf (intrapersoonlijk intelligent)

Zo zal het ene kind weten hoe “pauw” geschreven wordt omdat het als het ware een foto in zijn hoofd heeft (beeldknap) en een ander zal een verhaaltje leren om te weten dat pauw met auw geschreven wordt en niet met ouw omdat pauw in het auw-verhaal staat (taalknap).

Het is belangrijk dat we kijken naar de verschillende manieren van leren van een kind: welke intelligenties gebruikt een kind om te leren, om te spelen, om samen te leven met anderen, om moeilijkheden op te lossen, … ? Als je als leerkracht weet welke de sterke intelligenties van een kind zijn en welke de minder sterke zijn kan je hiermee rekening houden bij het lesgeven.

We hebben er op school ook voor gezorgd dat de verschillende vormen van intelligentie in de lessen aan bod komen. We hebben materialen gemaakt en methodes aangepast waardoor leerlingen de leerstof vlugger kunnen oppikken.

Een voorbeeldje hiervan zijn de getallen die op de trap gekleefd zijn. Zo kunnen de leerlingen de getallenlijn tot 10 , tot 20, … ook stappen en voelen. Ze merken op dat 12 meer is (hoger is) dan 11. Als je nog één trede hoger gaat dan kom je op 13 (13 is 1 meer dan 12). Leerlingen die knap zijn in bewegen leren hierdoor soms vlugger.